Geusz!

gallery/profielfb180x180px
gallery/8rbasis990x200verloop2

 

 

het begin van de tachtigjarige oorlog in 1568 zal de inwoners van zoetermeer en zegwaart hebben verontrust. maar hun gedachten zullen toch vooral gericht zijn geweest op lokale problemen. het kasteel palenstein met gracht daaromheen was sterk vervallen en bood nauwelijks bescherming meer. door de turfwinning veranderde het landschap steeds meer in een plassengebied met smalle stroken land waarop turf werd gedroogd. een jaar eerder hadden de nooddruftige bewoners nog speciale toestemming gehad om die legakkers te versmallen van tien tot acht voet (2,5 meter) zodat ze gemakkelijk extra veen konden steken en baggeren. in 1569 had men veel last van het overvloedige winterwater dat maar niet wegliep naar de oude rijn. het land was niet op tijd droog voor goede grasgroei, zodat het vee in mei de wei eigenlijk niet in kon. het wintervoer was echter op dus de koeien moesten wel naar buiten, waarop ze tot hun knieën in het water stonden en stierven. vervolgens zette de allerheiligenvloed in 1570 zegwaart onder water. twee jaar later tijdens het spaanse beleg rondom haarlem werden hier soldaten van willem van oranje ingekwartierd. vanaf 1573 legden spaanse troepen een ring rond leiden en werden zoetermeer en zegwaart onderdeel van hun buitenste verdedigingslinies. in de zomer van 1574 lagen hier spaanse eenheden onder leiding van kapitein marin de ayala, waarschijnlijk voor een groot deel bestaande uit duitse en waalse huursoldaten.

eind juli 1574 besloten de staten van holland om leiden te ontzetten middels het onder water zetten van het land in delfland, schieland en rijnland. de dijken langs de maas en hollandse ijssel werden doorstoken, sluizen opengezet. een maand later stond het water tegen de landscheiding aan, ten zuiden van zoetermeer.

ondertussen werd een vloot van platboomde vaartuigen bijeen gebracht. deels om voedsel voor de belegerde stad leiden, anderzijds om een varende strijdmacht te formeren die de spaanse troepen moest verdrijven. deze vloot kwam onder het commando te staan van admiraal lodewijk van boisot. bij zijn aankomst had hij 800 zeeuwse bootslieden bij zich, woeste zeelieden die de naam ‘geuzen’ dragen. daarnaast waren er onder meer waalse en franse huurlingen onder leiding van de noyelles en de la garde.

op 10 september voer de vloot van 16 geroeide galeien en vele transportschepen uit vanaf rotterdam de rotte op. de boisot had de leiding over de matrozen en de twee vendels franse haakbusschutters (ca. 300-350 man) en twee vendels hollandse pionniers. de landscheiding werd de andere dag gemakkelijk genomen, aanvallen van spanjaarden afgeslagen. de dijk werd doorgraven en het water stroomde rijnland binnen.

hierachter lag echter nog een enorm obstakel: de voorweg, waaronder een doorvaart bestond richting het zoetermeerse meer. de weg was met schansen door de spaanse troepen versterkt en kon niet worden aangevallen voordat er versterkingen waren aangevoerd. schepen en manschappen kwamen uit onder meer delft, tot de geuzenvloot bij zoetermeer ongeveer 2500 manschappen telde. met alle andere mensen die bij de operatie waren betrokken telde het geuzenleger 8000 man.

op 17 september 1574 begon de slag bij zoetermeer met een enorme kanonnade bij de brug in de voorweg. de geuzenschepen hadden door het ondiepe water echter weinig manoeuvreerruimte en de eigen kanonnen deden de schuiten barsten. rond het middaguur werd de aanval afgeblazen.

terwijl zware stormen overjoegen die het water opstuwden zochten de geuzenaanvoerders naar oplossingen. zij zochten raad bij mensen uit de omgeving, die hen adviseerden een omtrekkende beweging te maken. admiraal van boisot en kolonel de la garde voeren 19 september met enkele schepen richting bleiswijk en kruisweg waar ze ongehinderd door het zegwaarts verlaat de binnenwegse polder konden invaren richting zegwaartseweg. daar aangekomen richtten ze schansen op, terwijl de rest van de vloot werd gehaald. de spaanse buitenlinie was daarmee doorbroken en opperbevelhebber valdez trok zijn troepen terug op zoeterwoude. de geuzenkapitein cret trok vanaf de zegwaartseweg naar zoetermeer terwijl de vloot via een gegraven gat door de zegwaartseweg voer richting leidsewallenwetering. vandaar roeiden of zeilden ze door de wetering en vliet naar de noord-aa, met achter zich een groot aantal bevoorradingsschepen. op 21 september boden een paar honderd spaanse en duitse soldaten nog tegenstand bij de noord-aa, maar al snel was het strategische meertje veroverd en konden de vele voorraadschepen een veilige ligplaats vinden op het uitgestrekte zoetermeerse meer en de noord-aa. uiteindelijk zou de belegering van leiden op 3 oktober doorbroken worden.

de genoemde voorraadschepen hadden een tweeledig doel. enerzijds vervoerden ze eten en drinken voor de vloot, anderzijds was er voedsel voor de hongerende stad leiden. normaal leefden soldaten deels van het land, maar alles was overstroomd en levende have was grotendeels door boeren naar de steden gebracht. zelfs drinkwater moet schaars zijn geweest omdat het binnenstromende brakke water de meeste putten en het oppervlaktewater ondrinkbaar maakten. ze waren dus vooral afhankelijk van het voedsel op de vloot. dat zal hebben bestaan uit gort, erwten en bonen, roggebrood of het wat hardere scheepsbeschuit, aangevuld met bijvoorbeeld kaas, pekelvlees, stokvis en een enkele keer spek en haring. er zullen tonnen water zijn meegevoerd, maar men dronk vooral licht bier dat schoner was dan het water. de vloot kwam uit rotterdam en delft. de eerste kende een dozijn bierbrouwerijen, delft had er honderd. de officieren op de vloot hadden vaak goed te eten en drinken. waarschijnlijk hadden zij het beste bier, wellicht ook wijn en brandewijn.

ondertussen hadden de terugtrekkende spanjaarden strategische gebouwen bij hun oude schansen binnen het dorp in brand gestoken, de geuzen staken huizen aan de zegwaarteweg in brand en plunderden later de kerk. van de 3000 inwoners kwamen relatief veel mannen om het leven. daarnaast had iedereen last van de ondergelopen landen en het duurde tot na 1579 voordat alles weer droog viel.

door: ton vermeulen - historisch genootschap zoetermeer

 

historie